Inloggen:

SPECIALISTEN IN MAATWERK OPLOSSINGEN

Verklaring van content management termen en afkortingen op alfabetische volgorde:

Aggregatie Het op n plaats verzamelen van content uit meerdere bronnen.

API Application Programmable Interface. Interface met behulp waarvan software met andere (standaard) softwarepakketten kan communiceren.

ASP Application Service Provider. Dienst waarbij de applicatie (bijvoorbeeld een cms) wordt gehuurd, waarbij de hosting en het onderhoud door de verhuurder wordt verzorgd.

Audit trail Alle wijzigingen in de content worden geregistreerd.

Auteur Persoon die informatie mag toevoegen, wijzigen of verwijderen.

Autorisatie Toekenning van rechten aan gebruikers, bijvoorbeeld om (content) te lezen, te schrijven en te verwijderen.

Beheerder Persoon die het content management systeem beheert.

Belasting Mate waarin het systeem de bestaande IT infrastructuur belast.

Beschikbaarheid Mate waarin de eindgebruiker kan beschikken over het systeem.

Beveiliging Mogelijkheid om het gebruik van en de toegang tot het systeem te beheren en de mate waarin met calamiteiten wordt omgegaan.

Bezoeker Persoon die de website of het intranet bezoekt.

Bezoekgedrag Gedrag van bezoekers, zoals gemeten in de bezoekstatistieken. Te verdelen in klikgedrag, herkomst, eigenschappen en gebruikte technologie.

Bruikbaarheid Gebruikersvriendelijkheid van een interface.

Business process management Zie Workflow management.

Caching Methode waarbij veelgeraadpleegde pagina's op zo'n manier worden opgeslagen dat zij voor bezoekers sneller op te vragen zijn.

Check in / Check out Controlemechanisme dat voorkomt dat gebruikers tegelijkertijd aan een bestand werken.

Classificatie Automatische rubricering van content, gebaseerd op bijvoorbeeld een thesaurus of een taxonomie.

Connectiviteit Het gemak waarmee verbindingen met andere (bedrijfs)systemen kunnen worden gemaakt.

Collaboration Binnen een afgeschermde omgeving kunnen werken aan dezelfde content.

COM Component Object Model (COM en COM+). Softwarearchitectuur om applicaties op basis van binaire software componenten te bouwen.

Content Informatie-item binnen een bepaalde context, bijvoorbeeld tekst, afbeeldingen, geluid, video en animaties.

Content Management Het systematisch beheren (creren, redigeren, vormgeven en reviseren) van strategisch belangrijke informatie vanuit een gestandaardiseerde opslag om diezelfde informatie geschikt te maken en te gebruiken voor verschillende publicatiedoelen en media. Zie ook Enterprise Content Management.

CMS Content Management Systeem. Systeem om het content management (automatisch) te beheren. Voldoet minimaal aan drie eigenschappen: - het is een geautomatiseerd publicatiesysteem; - het maakt een scheiding tussen content, opmaak en structuur (en rollen); - het biedt de mogelijkheid om dynamisch informatie te kunnen publiceren uit een repository van herbruikbare content-componenten.

CPU Central Processing Unit. De processor van een pc of server.

CRM Customer Relationship Management. Methode waarbij een (geautomatiseerde) relatie met de klant wordt opgebouwd door kennis over deze klant te verzamelen en te beheren.

CSS Cascading Style Sheet. Zie Style sheets.

CSV Comma Separated Value. Tekstbestand (ASCII) waarin elke regel een record vertegenwoordigd dat van elkaar gescheiden is door en komma.

Data Connectivity Koppeling van een pagina met een database.

DHTML Dynamic HTML. Maakt het mogelijk om HTML, style sheets en scripts te combineren in een bewegend element op de pagina.

DAM Digital Asset Management. Beheer en hergebruik van multimedia zoals streaming video.

DRM Digital Rights Management. Mogelijkheid om betaalde content veilig te distribueren en illegale distributie te voorkomen.

Document management Beheer en opslag van digitale (eventueel gedigitaliseerde) documenten.

DTD Document Type Definition. Set afspraken over de te gebruiken XML-codes.

Editing Mogelijkheid (in een content management tool) om de content van pagina's te creren en te bewerken.

Editor Applicatie om content (met name tekst) te creren op een website of intranet.

Eindgebruiker Persoon die gebruik maakt van het content management systeem, waarbij de toegangsrechten afhankelijk zijn van de rol die deze persoon heeft.

Eindredactie Houdt toezicht op juistheid en consistentie van de site, begeleidt initiatieven, geeft ondersteuning en bepaalt sjablonen, DTD's, vormgeving, etc. Bepaalt verder of content (online) mag worden gepubliceerd.

E-mail management Beheer en opslag van e-mail (met attachments).

ECM Enterprise Content Management. De technologie, tools en methodieken voor het verzamelen, beheren, opslaan, bewaren, beschermen en aanbieden van informatie binnen de gehele organisatie. Zie ook Content Management.

ERP Enterprise Resource Planning. Methode waarbij alle (met name financile en logistieke) bedrijfsprocessen met behulp van automatisering met elkaar worden verbonden.

Flexibiliteit De mate waarin het systeem kan worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en behoeften.

Firewall Middel om een omgeving te beveiligen tegen ongeautoriseerd gebruik.

Flat files Set van statische bestanden, in tegenstelling tot een dynamische site waarbij gegevens uit de database worden gehaald.

FTP File Transfer Protocol. Protocol voor bestandsoverdracht via Internet.

Global brand management Mogelijkheid om meerdere 'merken' naar keuze centraal of decentraal te beheren. Bijvoorbeeld wanneer in de Benelux een andere marketingcampagne loopt dan in de rest van de wereld.

Granulariteit De mate van detail van de componenten. Bij geringe granulariteit is er onvoldoende differentiatie tussen de verschillende componenten.

GUI Graphical User Interface. Het scherm waarmee de gebruiker werkt.

Hoax E-mailbericht dat zogenaamd waarschuwt tegen een virus, terwijl de hoax soms zelf een virus bevat maar vaker nog een spam is. Andere hoax-vormen zijn kettingbrieven en gratis aanbiedingen.

Herbruikbaarheid Mate waarin (delen van) het systeem kan worden hergebruikt voor een nieuwe situatie, bijvoorbeeld bij een upgrade of een nieuwe markt.

HTML HyperText Markup Language. Hecht opmaakcodes aan bepaalde tekst- of figuurelementen. Een browser interpreteert deze codes en vertaalt ze in de juiste schermopmaak. voorbeeld: <h1><font face="CourierNew">Omeros</font></h1>

Huisstijl Voorgeschreven geheel van opmaak, navigatie en toegestane structuur, eventueel met ruimte voor afwijkingen per deelomgeving.

IM Instant Messaging. Hiermee kan iedereen op Internet berichten uitwisselen door middel van teksten die door de ontvanger meteen te zien zijn in een speciaal venster. Men kan ook direct zien wie binnen een bepaalde groep on line is.

Implementatietijd Mate van inspanning die nodig is om het systeem (en de organisatie eromheen) te implementeren.

Import Binnenhalen van content uit externe applicaties/databases. Dit kan 'real time', batch-gewijs of via een conversie.

Investering Benodigd geldbedrag voor onder andere aanschaf, implementatie en onderhoud, met daarbij opgenomen de 'return on investment'.

Information retrieval Mogelijkheid om te zoeken naar content.

JDBC Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor de koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.

JSR 168 Java Specification Requests 168 betreft een portlet specificatie.

JSR 170 Java Specification Requests 170 betreft een standaard API voor toegang tot content repositories.

Klanttevredenheid Mate van tevredenheid van de bezoeker/klant.

Laag / layer Een applicatie/website bestaat uit verschillende 'lagen': hardware layer, database layer, application layer en presentation (user/content) layer.

LDAP Lightweight Directory Access Protocol. Protocol voor toegang tot een database met bijvoorbeeld de gebruikers van een bedrijfsnetwerk.

Load balancing Het verdelen van het bezoek over meerdere servers en/of processoren om de belasting (en daarmee de beschikbaarheid) op een bepaald niveau te houden.

Localisatie De mogelijkheid om een omgeving (gebruikersinterface en content) centraal - of naar keuze (gedeeltelijk) lokaal - te vertalen naar naar een andere taal en cultuur.

Metadata Relevante informatie over de content wordt automatisch opgeslagen.

MIME-type Multipurpose Internet Mail Extensions. Formaat voor e-mailberichten.

Multi-channel publishing Mogelijkheid om content op allerlei platformen (Internet, WAP, SMS, spraak, e-mail etc.) te publiceren, op een voor dat medium meest geschikte manier.

NITF News Industry Text Format. Een vorm van XML voor de nieuwsindustrie.

ODBC Open DataBase Connectivity. Interface waarmee diverse databasesystemen men een gemeenschappelijke taal kunnen worden benaderd.

ODMA Open Document Management API. Standaard interface voor het beheren van documenten.

Onderhoudbaarheid De mate waarin het systeem door de organisatie zelf kan worden onderhouden, zonder tussenkomst van de leverancier of implementatiepartij.

Ontwerper Persoon die de vorm van de website of intranet ontwerpt en beheert.

Ontwikkelaar Persoon die de structuur (en de koppelingen met de database) ontwerp en beheert.

Personalisatie Het categoriseren van content en het onderscheiden en vastleggen van bezoekersprofielen. Hiermee wordt de bezoeker direct de voor hem/haar relevante informatie aangeboden.

PHP Open source scriptingtaal.

Portabiliteit Mate van integratie met de bestaande IT infrastructuur.

Portal integration Aanbieden van (gestructureerde) informatie uit databases en backoffice systemen.

Prestatie Prestatie van het systeem in termen van snelheid en efficintie.

Preview Mogelijkheid voor gebruikers om (gewijzigde) content alvast te bekijken voordat deze wordt gepubliceerd.

Productieserver Via Internet bereikbare niet afgeschermde server.

Profiel Eigenschappen/voorkeuren van de bezoeker die door de bezoeker zelf zijn opgegeven en/of uit het bezoekgedrag te herleiden zijn.

RCS Revision Control System. Bij het publiceren van een aangepaste versie van een document, worden alleen de wijzingen opgeslagen om schrijfruimte te besparen.

RDF Resource Description Framework.

Records management Duurzaam bewaren van digitale informatie.

Redacteur Houdt toezicht op juistheid van een deelsite, bijvoorbeeld van een afdeling, en bepaalt of content, wat de afdeling betreft, (online) mag worden gepubliceerd.

Repository Centrale opslagplaats voor allerlei zaken die voorkomen in een omgeving: content, vorm, gebruikers etc.

ROI Return on Investment .Mate waarin een investering zichzelf (op termijn) terugverdient.

RSS Rich Site Summary (ook wel: Real Simple Syndication).

Roll back Mogelijkheid om elke aangebrachte wijziging ongedaan te maken door een oude versie terug te zetten.

RTF Rich Text Format. Tekstformaat van Microsoft voor tektopmaakcodes.

Schaalbaarheid Mate waarin het systeem is voorbereid op een (voorspelde) toename van intensiever of breder gebruik.

Security Zie Beveiliging.

Server Centrale computer waarop de website zelf (Webserver), het content management en/of de database is genstalleerd.

Single source publishing Het creren van verschillende publicaties voor verschillende media vanuit n enkel brondocument.

Site Management Algemeen beheer van een website (o.a. beveiliging, techniek, huisstijl, statistieken).

SGML Standard Generalized Markup Language. Standaardtaal het ontwikkelen van (technische) documentatie in grote projecten.

SMIL Synchronized Multimedia Integration Language. Spreek uit: smile. Met HTML vergelijkbare programmeertaal die wordt gebruikt voor het maken van interactieve, audiovisuele presentaties.

SOAP Simple Object Access Protocol. Netwerkprotocol waarmee applicaties die in verschillende talen zijn ontwikkeld of op verschillende besturingssystemen draaien, toch met elkaar kunnen communiceren.

Spam Ongewenste e-mail die tot veel tijdverlies en ergernis leidt, maar voor sommige afzenders blijkbaar lucratief is. Spam gaat steeds vaker vergezeld van een virus.

Spidering Methodiek waarbij een externe site wordt doorzocht en tegelijkertijd een index van de content wordt opgebouwd. Deze index wordt dan binnen de eigen omgeving opgeslagen. Hiermee is de externe site bij een volgende zoekopdracht beter te ontsluiten.

SQL Structured Query Language. Taal waarmee gegevens in een database kunnen worden opgevraagd.

SSL Secure Sockets Layer. Protocol voor het verzenden van vertrouwelijke informatie via Internet.

Staging server In afgeschermde omgeving geplaatste server waarop content vr publicatie wordt geplaatst om de inhoud en het uiterlijk te kunnen testen en eventueel te wijzigen.

Style sheet Code waarmee de opmaak van alle documenten/pagina's binnen een bepaalde omgeving wordt gedefinieerd.

Syndicatie Aanbieden van content voor hergebruik en integratie met andere media.

Tag Code om tekstelementen op een eenduidige wijze te voorzien van extra informatie die kan worden gebruikt voor automatische verwerking van die tekstelementen.

Taxonomie Rubricering van begrippen volgens een bepaalde hirarchie, met het doel om gegevens over personen, organisaties, gebeurtenissen en dingen te clusteren in (hirarchische) groepen om ze vervolgens gemakkelijk te identificeren, te bestuderen en terug te vinden.

Thesaurus Hirarchisch gestructureerd trefwoordsysteem.

Template Sjabloon waarin de vorm van een pagina is vastgelegd. Het gebruik van templates garandeert dat content en vormgeving van elkaar worden gescheiden

Testbaarheid De mate waarin nieuwe releases/ontwikkelingen kunnen worden getest in een afgeschermde omgeving die de operationele omgeving niet verstoort.

Trojaans paard Kwaadaardig programma dat er uitziet als een goedaardig programma. Via een Trojaans paard worden virussen en wormen het computersysteem binnengesmokkeld evenals onzichtbare programmaatjes die vertrouwelijke gegevens op een computer verzamelen om die vervolgens naar de afzender van het Trojaanse paard te sturen.

URL Unique Resource Locator. Uniek Internetadres.

Usability Zie Bruikbaarheid.

Versiebeheer Het registreren van wie, wanneer welke actie heeft uitgevoerd op de content. Hiermee kunnen veranderingen worden getraceerd en zonodig ongedaan worden gemaakt.

Virus Agressief programma dat veelal verstopt zit in een e-mail, vermomd als plaatje of spelletje. Bij het openen van het bericht start automatisch het virusprogramma dat zich verder vermenigvuldigt en de computer besmet.

WAI Web Accessilibity Initiative. Richtlijnen van het consortium W3C voor de toegankelijkheid van webpagina's voor blinden, slechtzienden en anderszins minder validen.

Web client Computer (browser) waarmee toegang kan worden verschaft tot het content management systeem.

Web content management Creatie, beheer en publicatie van content, veelal voor webomgevingen als websites en intranet. Zie ook Content Mangement en Enterprise Content Management.

Werkstroom/workflow Het gehele proces van creatie tot publicatie van content, waarbij een aantal goedkeurings- en wijzigingsslagen worden doorlopen. Een cms ondersteunt het vastleggen van regels en de afhandeling, bijvoorbeeld: wie is voor welke actie met betrekking tot een bepaald soort content verantwoordelijk en in welke volgorde moeten acties worden ondernomen.

Wiki Een wiki is een website waarop bezoekers zelf op een eenvoudige manier informatie kunnen toevoegen of aanpassen. Daarvoor is geen toestemming of toegangscode nodig.

Workflow management Routering van informatie-items in een organisatie.

Worm Virus dat zichzelf vermenigvuldigt door uit zichzelf besmette e-mails te versturen.

WYSIWYG What You See is What You Get. Wordt vaak verward met Preview.

XML eXtensible Markup Language. Uitbreidbare codering van gegevens. Codes geven aan wat de inhoud is van de gegevens. Die inhoud wordt daarmee voor het leesprogramma (XML-parser) vindbaar en bewerkbaar en is daarmee bruikbaar in elke omgeving, onafhankelijk van specifieke programmatuur. voorbeeld: <Titel>Omeros</Titel> <Auteur>Derek Walcott</Auteur> <Verschijningsjaar>1990</Verschijningsjaar> <ISBN>90 33592</ISBN> <Uitgever>Farrar Straus Giroux</Uitgever>

XSL eXtensible Stylesheet Language. Style sheet scriptingtaal voor de opmaak van XML. Er zijn nu twee varianten: XSLt en XSLFO. Zie ook Style sheet.